Burnout na je veertigste is geen zwakte, maar wat dan wel?
Mannen en vrouwen van boven de veertig die ineens vastlopen en de diagnose burnout ontvangen. Niet omdat ze niets kunnen hebben, niet omdat ze slap zijn geworden en ook niet omdat tegenwoordig overal maar een label op geplakt moet worden, maar omdat ze jarenlang hebben gedaan alsof het normaal is om altijd aan te staan, terwijl hun lichaam al veel eerder signalen gaf die ze zelf vooral hinderlijk vonden.
Burn out wordt door de WHO omschreven als iets dat voortkomt uit chronische werkstress die niet goed is aangepakt, en dat is belangrijk, omdat het meteen duidelijk maakt dat het niet alleen gaat over een zwak hoofd, maar over een systeem dat te lang te veel vraagt.
Bij jonge mensen zie je vaak dat ze moe worden van het leven dat ze denken te moeten bouwen, groter, mooier, vrijer, succesvoller, zichtbaarder, alsof een gewoon leven bijna een nederlaag is, maar bij veertigplussers zit het vaak anders, want zij zijn meestal niet moe van dromen die te groot zijn, zij zijn moe van verantwoordelijkheden die te lang te gewoon zijn geworden.
Werk, gezin, relatie, ouders die ouder worden, kinderen die nog aandacht vragen, een hypotheek, een lichaam dat niet meer zo makkelijk herstelt, een hoofd dat vol zit met alles wat moet, en dan ondertussen blijven doen alsof je het prima trekt, omdat je dat nu eenmaal altijd hebt gedaan.
Daar zit de parallel met jonge mensen, want beide groepen leven vaak niet realistisch, de jonge groep denkt soms dat het leven pas telt als het bijzonder genoeg is, terwijl de veertigplusser denkt dat het leven pas door mag gaan als alles en iedereen eerst geregeld is, en in beide gevallen verdwijnt de persoon zelf langzaam uit beeld.
Bij jonge mensen zie je vaak bewijsdrang, bij veertigplussers zie je plichtsbesef dat te ver is doorgeschoten, ze zeggen niet dat ze willen shinen, ze zeggen dat het nu eenmaal moet, en ze noemen het verantwoordelijkheid, terwijl het soms gewoon overleven is met een nette agenda.
Het lichaam begint dan vaak eerder te praten dan het hoofd eerlijk wil zijn, slecht slapen, een kort lontje, geen zin meer in mensen, druk op de borst, vage pijntjes, geen energie om te trainen, geen rust om normaal te eten, geen ruimte om ergens nog plezier in te hebben, en toch doorgaan, want er moet gewerkt worden, er moet betaald worden, er moet gezorgd worden.
De oplossing begint daarom niet met nog beter je best doen, want dat is vaak precies wat je ziek heeft gemaakt, en het begint ook niet met drie weken rust nemen om daarna terug te keren naar hetzelfde tempo, dezelfde grenzen en dezelfde overtuiging dat jij alles moet dragen.
De NHG standaard over overspanning en burn out zegt zelfs dat het idee dat rust altijd noodzakelijk is en werk volledig vermeden moet worden, herstel kan belemmeren, en dat is een ongemakkelijke maar belangrijke nuance, want herstel vraagt niet alleen stilvallen, maar ook actief leren hoe je weer grip krijgt op belasting, herstel, denken, gedrag en werk.
Dat betekent dat je eerst eerlijk moet kijken naar je belasting, niet alleen naar werkuren, maar ook naar alles wat niemand op papier zet, zoals emotionele zorg, piekeren, mantelzorg, conflicten, perfectionisme, altijd bereikbaar zijn, slecht slapen, te weinig bewegen en eten alsof je lichaam een prullenbak is die alles wel verwerkt.
Daarna moet je het systeem kleiner maken, want iemand met burn out klachten heeft meestal geen groot levensplan nodig, maar een dag die weer te overzien is, met vaste slaap en waaktijden, normale maaltijden, dagelijkse rustige beweging, minder scherm en minder prikkels, en vooral minder afspraken met jezelf die je toch niet kunt waarmaken.
Bewegen helpt, maar dan wel slim, want een uitgeput lijf heeft vaak niets aan fanatiek trainen om jezelf weer even te bewijzen, terwijl wandelen, lichte krachttraining en rustig opbouwen juist kunnen helpen om het zenuwstelsel weer te laten ervaren dat inspanning niet meteen gevaar betekent.
Ook mentaal moet er iets veranderen, want veel mensen van boven de veertig lopen niet alleen vast door drukte, maar vooral door overtuigingen als ik mag niemand teleurstellen, ik moet sterk blijven, ik kan pas rust nemen als alles af is, en als ik uitval laat ik iedereen zitten.
Daarom werken gesprekken met een goede huisarts, praktijkondersteuner, psycholoog, coach of bedrijfsarts vaak niet omdat iemand even zijn hart lucht, maar omdat hij of zij eindelijk leert om gedachten, grenzen en gedrag anders te organiseren. Cochrane vond bij stress en burn out klachten bij zorgmedewerkers dat interventies zoals cognitieve gedragstechnieken en coping vaardigheden stress kunnen helpen verminderen, al blijft de kwaliteit van bewijs per aanpak verschillend.
De werkplek moet ook mee veranderen, want je kunt iemand wel leren ademen, wandelen en grenzen stellen, maar als iemand daarna terugkeert in hetzelfde werk, met dezelfde onduidelijkheid, dezelfde druk en dezelfde leidinggevende die vooral vraagt wanneer iemand weer volledig beschikbaar is, dan noem je dat geen herstel, maar terugzetten in de brand.
NICE adviseert daarom om mentale gezondheid op het werk niet alleen bij de werknemer neer te leggen, maar ook te kijken naar werkdruk, organisatie, leidinggevenden, steun en een gezonde werkomgeving.
Uiteindelijk is burn out na je veertigste vaak geen teken dat iemand zwak is, maar een signaal dat de manier van leven te duur is geworden voor het lichaam dat het moet betalen.
Rust nemen is dan niet het einddoel, anders leven wel, want je wilt niet alleen herstellen tot je weer kunt werken, je wilt herstellen tot je niet opnieuw dezelfde fout maakt met een iets frissere kop.
